Callantsoog, een stukje geschiedenis.

Het huidige Callantsoog of beter het vroegere eiland 't Oghe heeft een belangrijke rol gespeeld bij de vormgeving van de Kop van Noord Holland. Callantsoog is gebouwd op de restanten van het oude eiland 't Oghe' en is meerdere malen door de zee overspoeld. De bewoners hebben altijd moeten vechten om hun bestaan. Veel informatie en sporen in het landschap zijn nog aanwezig en vertellen een boeiend verhaal.
Tot het jaar 1400.

Rond het jaar 1000 was de hele kustlijn nog ononderbroken en liep van Haarlem tot Wieringen bij de opening van het Almere (IJsselmeer). Ook Texel behoorde tot deze vaste kustlijn en bestuurlijk behoorde het geheel tot het Kennemerland.
De oudst bekende bewoning (villa) 'Kallingen' bestond al in 980 en lag in de kustzone op een zogenaamde strandwal of stuifduin. Uit historische overwegingen en op grond van gebrek aan informatie kunnen we dit nog geen dorp noemen.

Rond 1150 veranderden de getijdebeweging en bij zware stromen liep de kust zware schade op. Stormvloeden van 1170 en 1196 braken op meerdere plaatsen door de kust waardoor het gebied Kallingen een eiland werd evenals het noordelijker gelegen Huisduinen.
De doorbraak of stroomgeul welke Noordwaarts van het eiland liep heette 'Heersdiep' en de zuidwaarts gelegen stroomgeul 'de Schinkel'. Nog verder zuidwaarts lag de stroomgeul 'Zipe'.

Tot in het begin van de 14e eeuw (1320) wordt nog gesproken over "Callingen in den Oge". Zware stormvloed in 1375 en zeestromingen dringen de kust steeeds meer oostwaarts waardoor veel gronden en huizen zijn prijsgegeven aan zee. In 1388 wordt niet meer over Callingen gesproken maar over inwoners in 't Oge.

Het eiland, genaamd 't Oghe werd door de zee steeds zwaar beschadigd en werd daardoor steeds kleiner. Het werd echter wel duidelijk dat het eiland 't Oghe veel dijken moest aanleggen wilde het blijven bestaan.
Ook de oostwaarts aanliggende kweldergebieden werden bedijkt. De Zandepolder, direct tegen Groote Keeten gelegen, is bedijkt in 1328 met dijken welke 3 meter hoog waren. Deze dijk steekt thans nauwelijks meer boven het landschap uit.


Van 1400 tot het jaar 1570.

In de 14e eeuw wordt dus gesproken over inwoners in 't Oge. Voor 1540 is er sprake van een dorp (historici noemen dit het eerste dorp) wat ergens ten noorden op ca 1500 tot 2000 meter van het huidige Callantsoog heeft gelegen.
De huizen worden door de storm van 27 september 1509 maar vooral door de storm van 2 november 1532 zozeer bedreigd en aangetast dat omstreeks 1540 de bewoners met en bij elkaar gaan wonen op een veilige plaats.
Dit dorp wordt gesticht in noordwestelijke richting rond een aldaar gelegen kapel dat wordt uitgebouwd tot een kerkje. (NB: Dit dorp wordt door de historici het tweede dorp genoemd)
Verbazingwekkend was dat men koos voor een riskante plaats maar de Jewelpolder was nog in ontwikkeling en het gehucht Sevenhuijsen (het latere Callantsoog) bestond nog niet.
Door het sluiten van de noord- en zuidwaarts gelegen zeegaten resp. het Heersdiep en de Schinkel werd de kust van het Oghe ernstig bedreigd en uiteindelijk weggesleten waardoor in 1570 het dorp werd overspoeld. Het stroomgat wat aldus ontstond noemde men het Ooghmer gat.
Omdat de Sandepolder hierdoor werd overstroomd (bedijkt in 1328) werd de zogenaamde voordijk of Ooghmergatdijk aangelegd. (Deze dijk loopt vanaf de noordelijk restanten van het oude eiland 't Oghe naar de zuidelijke restanten van het oude eiland.)

Bestuur.
Het voorgaande is geografisch van aard, maar het bestuur is ook zeker boeiend. Dit stukje is groeiende.
In de jaren 1400 en 1500 was de heerlijkheid 't Oghe in eigendom van de Nederlandse Adel en wel de Heren van Brederode. Er zijn 14 heren geweest die elkaar in de lijn opvolgden. De laatste van de Heren van Brederode was Hendrik. Hendrik van Brederode was een zeer opmerkelijk man die het volstrekt niet eens was met de Spaanse Overheersing. Samen met Lodewijk van Nassau wist hij honderden edelen verzet te sturen en was daarmee de oprichter van de Watergeuzen. Hendrik van Brederode is daarmee de geschiedenis ingegaan als 'de Grote Geus'. Het maakt het in ieder geval veel aannemelijker dat vele Oghers dienst namen bij de Watergeuzen toen in 1572 het dorpje Callantsoog overstroomde.


Na het jaar 1570.
In de beschermende luwte van de restanten van het Oghe en nieuwe stuifduinen waren een aantal duinvalleien ontstaan zoals de Hasecamer, Kiefteglop, 't Oogh en de Kleine Jewel welke aansloten op de oudere duinvalleien Goeree, Sinckelsant en de Leije. Op het veld 't Ooghe vestigden zich boeren welke de Jewelpolder (1538-1542 bedijkt) bewerkten en het buurtschap 'Sevenhuijsen' vormden. Een deel van de vluchtelingen uit 't Oghe vestigden zich in 'Sevenhuysen' alwaar in 1581 een grotere kerk werd gebouwd met materialen van de eerdere kerken uit 't Oghe.
Met de komst van de inwoners uit 't Oghe groeide het buurtschap Sevenhuijsen en ontstond de naam 'Callensoog' het latere Callantsoog. Men vormde rond 'Ooghe' een Noord en een Zuid regel (woningen op een rij).

In 1597 werd de polder Zijpe aangelegd en bedijkt. Vanwege de zeestromingen rond het Oghe, o.a. door het Ooghmergat, en langs de ZijperZeedijk (tussen Zipe en Mosselwiel(Anna Paulowna)) werd besloten deze stromingen in te dammen en het eiland t'Oghe met twee dijkarmen=schenkel aan de zijperzeedijk vast te maken. De Noord- en Zuid Schinkeldijk ontstonden hierdoor waardoor het eiland 't Oghe werd vastgemaakt aan het vaste land en feitelijk geen eiland meer was. Uit de zeegeul Zijpe ontstond het Zwanenwater evenals de ervoor gelegen 'Uittelandsepolder'.
Uitteland=buiteland en was vroeger een land buiten de bedijking van 't Oghe waar men echter wel vee kon wijden in de zomermaanden.

Om de tussen 't Oghe en Huisduinen achtergelegen waddengebieden te bedijken werd het nodig geacht een sterke duinenrij aan te leggen. Zo ontstond in 1610 de Johan van Oldebarneveltsdijk welke een verbinding maakte tussen de Noord Schinkeldijk en Den Helder. Zo werd de zeearm het Heersdiep afgesloten.

Door deze bedijkingen kon land worden gewonnen en kwam ook duinvorming voor. Den Helder, de Anna Paulownapolder, de Wieringerwaard konden hierdoor ontstaan.

Het huidige dorpscentrum van Callantsoog met het witte kerkje, het dorpsplein, de hoge zeeweg, de dorpsweg en de duinen tot de ingang van het 'Zwanenwater' zijn nog restanten van het oude eiland 't Oghe. Ook het volledige dorp Groote Keeten is gelegen op de restanten van het oude eiland 't Oghe. De historische naam Helmdijk werd aangeloten aan de Noord Schinkeldijk.
Vele historische plekken zijn nog te zien in en rond het dorpje. Merkwaardig is dat deze historische plaatsen zijn voorzien van moderne namen, verkeerde namen of de historische namen gewoon zijn vergeten.
Klik op De historische plaatsen en namen van Callantsoog.

De geschiedenis van dit gebied is historisch gezien niet oud doch het gebied draagt veel sporen van de zware strijd tegen het water. Veel van deze plaatsen zijn nog te bezichtigen en worden in de toekomst onderwerp van een website.


De naam Callantsoog.
Naschrift: het oudst bekende dorp Kallingen bestond al in 980. In die tijd leefden hier Vikingen die waarschijnlijk de naam Skallingen hebben gebracht. Na het uiteenvallen van de Kuststrook werd gesproken over de Kallingers in 't Oghe. Oogh staat voor Hoog zoals veel eilanden langs de waddenzee in de naam voeren. Met de verhuizing van circa 150 bewoners van 'Kallingen' naar 't gehucht 'Sevenhuijsen' bestaande uit 7 boerderijen gelegen rond de duinvallei 'Oogh' werden de namen van de kallingers van 't Oghe' rond de duinvallei Oogh samengevoegd tot Kallensoog en later Callantsoog.
Blijft natuurlijk waar de naam 'Kallingen' vandaan komt? Kalle was vroeger een persoonsnaam terwijl lingen zoiets als 'land van'of 'eigendom van' betekend. Kallingen is dan waarschijnlijk van Kalle en Lingen ofwel Land van Kalle. Rond 980 werden de laatste Vikingen uit de streek verdreven en zijn skandavische invloeden nog steeds aanwezig

NB: Er blijkt in Zuid Zweden een plaats te liggen met de naam Kallingen. De relatie Skallingen met Denemarken, Kallingen zoals het hier vroeger heette en Kallingen in Zuid Zweden wijzen toch in de richting voor een wat serieuzer onderzoek. Bezoek hier de bibliotheek van Kallingen!

Een andere uitleg voor de naam Callantsoog?
Zoekt U eens met de zoekmachine Google naar 'Callants' en er zijn veel resultaten. De 'Callants' waren Schotse Jongeren die in de jaren 1514 tot ca 1600 ten strijde trokken tegen de overheersers in hun land. Zij bevochten de 'vrijheid' van de Schotten tegen de Engelsen. Een aantal vragen komen op; zijn er overeenkomsten tussen Callants hier en Callants daar en zo ja, zouden ze dat in die tijd kunnen weten? In de periode 1580-1620 werd de naam 'Callants oog' geboren. Waren hier ook vrijheidsstrijders?
In die tijd voerden wij oorlog tegen de Spanjaarden in de 80 jarige oorlog. Toen het dorp 't Oghe in 1570 werd overstroomd door de zee, namen veel van de bewoners van 't Oghe dienst bij de watergeuzen die vanaf hun schepen de Spanjaarden bevochten. In 1572 verloor Alfa de Zeeuwse kuststad Den Brielle met behulp van de Oghers, misschien wel de Callants die tegen de Spaanse overheersing vochten.
Wisten de Oghers en streekbewoners alhier van de Callants in Schotland? En het verrassende antwoord is JA. Met name buurdorp Petten (6 km zuidelijker) was een grote welvarende vissersplaats in die tijd. 's Zomers ving men haring in Schotse wateren en werd de vis in Schotland aan wal gebracht. Ook in Schotland zijn er dingen die herinneren aan de Nederlanders in die tijd.

En zo is misschien de verfijning ontstaan van de naam Callants oog.
Iemand zal geroepen hebben 'die vrijheidsstrijders daar uit 't Oghe, die Kallingers, die zijn net als de Callants daar in Schotland met hun hulp aan de watergeuzen.
Een document heb ik niet, maar de aanwijzing van de Callants is te sterk om ter zijde te leggen.


TOP
HOME