Over Geld in Jip en Janneke (mijn) taal.

De huidige financiŽle crisis (anno 2010) en het dagelijkse nieuws over geld maakten me nieuwsgierig naar dit onderwerp. Dus ging ik op onderzoek en wil mijn onderzoek graag delen.

Stel je zit in Callantsoog op strand en wilt een ijsje. Je pakt een Euro, loopt naar een ijsverkoper, betaald en je hebt een ijsje. De ijsverkoper heeft trek in een kopje koffie en koopt met delfde Euro bij zijn buurman een kopje koffie. In 5 minuten was jouw Euro dus 2 Euro waard.

Dit fenomeen wordt omloopsnelheid van geld genoemd en wordt gemeten en bewaakt door de centrale banken van een land. De omloopsnelheid is tevens een maat voor de hoeveelheid geld die een land in omloop mag brengen.
Een land is dus verantwoordelijk voor de waarde en hoeveelheid geld die een land in omloop brengt. Daarvoor heeft een land een Nationale Bank, in Nederland de Nederlandse Bank. Elk land heeft zijn verantwoordelijk en nationale bank.
Dit is trouwens ook meteen een probleem want er is geen grotere verantwoordelijkheid dan de Nationale Bank van een land. Er is geen Wereldwijde bank die de geldwaarde en gebruik bewaakt.


Hoeveel geld mag een land in omloop brengen; vroeg ik me vervolgens af? Een land mag net zoveel geld in omloop brengen als er door de bevolking wordt geproduceerd. Daar zijn internationale afspraken over. Maar dit houdt in dat iemand die groente kweekt of plukt, net zo wordt gewaardeerd als iemand die in de zorg zit of les geeft. Er wordt dus geen verschil gemaakt tussen verkoopbare producten en diensten die verleend worden. Zo beredeneerd kan een land dus volledig financieel draaien, met alleen diensten en zonder producten te verkopen aan betalers. (Model USA)

Dat brengt me bij de Banken, niet de nationale Banken maar de Spaarbanken en Handelsbanken. Spaarbanken zijn banken waar mensen hun spaarcentjes brengen en de spaarbank past daar goed op. Handelsbanken zijn banken die bedrijven financieren en handelen met waardepapieren zoals aandelen van bedrijven.
Maar ook Spaarbanken zijn vaak Handelsbanken die dus met het spaargeld van mensen handelen in aandelen van bedrijven. De winst steken ze in eigen zak. De nationale banken hebben normen gesteld waarbij is vastgelegd hoe vaak een bank het ingelegde spaarbank mag uitgeven.
De norm was dat een bank ongeveer 10 % van het ingelegde spaargeld in eigen huis moet houden. Maar deze regel is inmiddels vaak nog maar 2 % en soms 1 %.
Dit kan je ook nog verschillend uitleggen zodat van jouw 100 Euro de bank er 99 Euro (1 Euro onderpand) uitleent maar ook dat met jouw 100 Euro de bank er wel 10.000 ( 100 Euro onderpand) uitleent. Dat laatste gebeurd volop in bankenland.


Maar waar is al dat geld dan?; denk je bij jezelf.
Het antwoord is simpel; dat geld is er namelijk helemaal niet. Het is gewoon een bedrag op een regel in een computerscherm. Er wordt door de banken massaal geld uitgeleend wat ze niet hebben.
Diegene die het geld leent moet wel een rekening bij dezelfde bank nemen, want dan blijft de bank zijn eigen computerregels vullen zonder dat geld werkelijk in huis te hebben.
En het grappige is dat als je de gewone boekhoudregels hier op los laat, de bank ook nog eens winst maakt over geld dat ze niet hebben, winstuitkering betaald en superbonussen aan zijn managers betaald. Het geld wat echt moet worden betaald ( wordt opgenomen) moet de bank wel in huis hebben natuurlijk.
Zo verdienen bankmanagers en aandeelhouders dus geld met geld- en aandelenhandel wat er helemaal niet is.
En daarom zijn beursgenoteerde bedrijven soms wel 100 keer meer waard dan wat ze in het echt waard zijn, want de banken moeten geld verdienen en dat doen ze door steeds weer iets meer te bieden voor aandelen en handel in wat dan ook.
Doordat banken van elkaar kopen en weer aan elkaar te verkopen met winst worden de aandelen en bedrijven steeds duurder. De winsten worden steeds groter en de bonussen steeds hoger. En dat alles met geld dat er niet is.

Internationaal is de USA Dollar de belangrijkste munt. De wereldhandel gaat grotendeels in Dollars en de Internationale oliehandel gaat volledig in Dollars. Toch merkwaardig dat de Arabische wereld die Olie verkoopt aan Japan of AustraliŽ betaald krijgt in Dollars.
Maar omdat de wereldhandel in Dollars werkt wordt de hoeveelheid Dollars niet bepaald door de USA productie maar door andere factoren. De Nationale bank van de USA is de FED ofwel Federal Reserve Board. In De FED zitten zowel overheid, grote banken, belanghebbenden, bedrijfsleven als maatschappelijk betrokkenen.
De USA drukt echter wel de dollar en door wat de USA momenteel doet; het bijdrukken van miljarden dollars; kan je ook stellen dat de USA veel producten betaald met gratis geld namelijk de zelf gedrukte dollars.

Maar waarom is internationaal de USA dollar leidend?
Het land produceert steeds minder en er worden steeds meer dollars bijgedrukt die alleen maar tekorten opvullen. Toch blijft de dollarwaarde redelijk stabiel. Bedenk dat de USA het grootste en sterkste leger ter wereld heeft en op heel veel plaatsen in de wereld, sterke steunpunten heeft. Deze steunpunten en de kracht die van dit leger uitgaat maken dat veel landen graag in Dollars werken.


Een andere internationale afspraak is, bekrachtigd door alle landen, dat het Land waar een failliet gegane bank vandaan komt, tenminste het ingelegde spaargeld tot een maximum van 20.000 Euro per rekening zal vergoeden. Bedenk even wat dat betekend als in Nederland de Ing. of Rabobank failliet zou gaan. Deze banken hebben over de wereld honderden miljarden aan spaargeld opgehaald. Als Nederlandse banken failliet zouden gaan kan de Nederlandse bevolking onmogelijk de enorme internationale schulden terug betalen. We zouden dan zeker 50 jaar in grote armoede leven.
De Nederlandse productiviteit is dus veel te klein voor de grote banken van Nederland.

Nog iets over Economische geldmodellen. Merkwaardig genoeg zijn er maar twee modellen in de wereld.
1 Het Rijnland model: In dit model staat duurzaamheid, lange termijn, relatiebeheer etc. voorop. Duitsland staat voor het Rijnlandmodel en maakt superwinsten met producten die over de hele wereld worden geŽxporteerd.
2 Het Angelsaksischemodel: In dit model staat winstgevendheid en korte termijn voorop. De uitverkoop van bedrijven en het opstrijken van geld, vindt vooral plaats in Engeland en de USA.
Het is overduidelijk dat op de langere duur het Rijnlandse model zeer winstgevend is; dit in tegenstelling tot het Angelsaksischemodel dat volgende week veel geld oplevert en daarna nooit meer.

In Nederland worden beide modellen toegepast. De RABObank werkt volgens het Rijnlandse model. Alle andere Nederlandse banken werken grotendeels volgens het Angelsaksische model.
De RABO bank behoord bij de grootste banken ter wereld terwijl de andere banken (ABN/AMRO-ING) in moeilijke tijden een sterke terugval laten zien of zelfs failliet dreigen te gaan.
Het Angelsaksische model levert voor de aandeelhouders echter wel volgende week geld op door te verkopen.
De werknemers en samenleving worden hier echter wel slechter van; in feite is dit de uitverkoop van de samenleving, ons nationaal bezit. Voorbeelden genoeg in Nederland, dacht ik zo.
Politiek gezien wordt het Angelsaksische model zeer consequent door de VVD gesteund, terwijl het Rijnland model in Nederland geen Politieke steun heeft.


Voeg hier aan toe het gebrek aan Internationale regelgeving over geld, het niet naleven van afspraken over geld, het ontbreken van informatie over de hoeveelheden geld in omloop gebracht door landen en de hoeveelheid virtueel geld in omloop gebracht door banken en het is wel duidelijk dat geld eigenlijk niets waard is.
Behalve dan wat U en ik er voor over hebben. Nou ja, je kan er een ijsje voor krijgen als je op het strand zit.



Heeft U al een Chinees aan de deur gehad die in zijn huis wil wonen terwijl U dacht dat het uw huis was?
U heeft een hypotheek op uw huis en geld geleend bij de bank. De bank heeft het geld weer geleend bij een land met veel geld en dat land eiste voor de lening een onderpand, uw pand!
China heeft dank zij het maken van reeksen nuttige en onnutige produkten tegen zeer lage prijzen een gigantisch groot produktenpakket gemaakt. Ze laten zich betalen in alles wat waarde heeft en zijn daardoor mega schatrijk geworden. Om hun produkten te verkopen hebben ze scheepvaartlijnen, havens, winkelketens en alles wat daarvoor nodig is opgekocht en zetten chinese producten af in de westerse wereld.
Met dat geld kopen de Chinezen heel veel grote dingen in de westerse wereld; denk aan havens. De haven van Rotterdam is bijvoorbeeld van China. Maar ze kopen ook hypotheekpakketten van banken.
Zo verkopen we de westerse wereld. Aan de meest biedende. Wat onze voorouders in de middeleeuwen hebben opgebouwd met ontdekkingsreizen en veroveringen doen we nu gewoon in de verkoop. We verkopen ons duur gemaakte bezit gewoon aan de meest biedende.
Dat noemen we liberaal beleid volgens het Angelsaksische model. In nederland zijn dat vooral de VVD en D66 die dat uitdragen en goedkeuren. De andere partijen hebben geen mening.
Zo houden we vanzelf op te bestaan. De chinees aan Uw deur komt er aan.